“Een flut rapportje. Een paper met de diepgang van een duikboot. Die paar pagina’s met regelafstand drie hadden mijn medewerkers voor veel minder geld ook wel kunnen schrijven.” Zomaar wat eerste geluiden die klonken bij de verschijning van ‘Meer burger, minder bestuur’, het advies van de Commissie van Wijzen aan het nieuwe College van Gedeputeerde Staten over de toekomstige bestuurlijke inrichting van Fryslân.
Kritische opmerkingen zal de commissie wel verwacht hebben. Een advies waarin scherpe keuzes worden gemaakt kan niet iedereen tevreden stellen. En het zal je maar gebeuren dat wordt geadviseerd je gemeente op te heffen terwijl er op het huidige functioneren niets aan te merken valt. Of dat wordt gezegd dat je samenwerking geen toekomstperspectief heeft. Of dat delen van je gemeente via een grenscorrectie naar de buren toe moeten. Nee, flink stoom afblazen is begrijpelijk.
Maar het advies van de commissie wordt toch echt tekort gedaan wanneer het daar bij blijft. Wanneer het alleen maar vanuit het oppervlakkige perspectief van de eigen gemeente wordt beoordeeld. Want los van de concrete invulling biedt het advies wel degelijk uitgangspunten die als kader voor een nadere afweging van gemeenten en GS kunnen dienen.
Zo is de commissie terecht kritisch op de wereld aan samenwerkingsvormen die de laatste jaren tussen gemeenten zijn ontstaan. Vaak hebben ze een defensief karakter ("we houden zo fusie buiten de deur"). Dit soort samenwerking tussen gemeenten leidt maar al te vaak tot grote bestuurlijke drukte en het op afstand zetten van de gemeenteraad. En dat is niet alleen ergerlijk, maar ook schadelijk!
En ook de stelling van de commissie dat bestuurders ruimte moeten maken voor betrokken burgers in dorpen en wijken snijdt hout. Verdere ontwikkeling van onze lokale democratie zou wel eens gebaat kunnen zijn bij opschaling van de eerste overheid.
Verder is het standpunt van de commissie, dat het te overwegen is om de grenzen van een gemeente zoveel mogelijk overeen te laten komen met die van een breed verzorgingsgebied - uit oogpunt van financieel draagvlak en zeggenschap - zeker te begrijpen.
Wat er verder ook met dit rapport gebeurt, het belangrijkste is dat het niet in een diepe lade van een bureau in het provinciehuis verdwijnt. Het is nu van tweeën één: of de provinciale bestuurders tonen daadkracht en de provincie neemt de regie strakker in handen, of de nieuwe coalitie ontbeert daarvoor de politieke moed. In dat laatste geval willen wij voorlopig ook niets meer over herindeling en wat dies meer zij van de provincie horen. Wij regelen het dan zelf wel. Want alles liever dan ons weer jarenlang door een provinciale fata morgana te laten gijzelen.