Simke Kloosterman (1876-1938), geboren in Twijzel, is een vermaarde Friese schrijfster en dichteres. Simke heeft de eerste echte Friese roman op haar naam staan (De Hoara's van Hastings, 1921). Vlak voor haar overlijden bracht zij bij testamentaire beschikking haar monumentale woonhuis plus enkele landerijen onder in het Simke Kloostermanleen. De regenten (bestuurders) van dit leen kregen tot taak het huis en de landerijen te beheren en uit de eventuele opbrengsten studiebeurzen te verstrekken aan minvermogende studenten uit Fryslân. Vanaf 1983 reikt het leen daarnaast om de drie jaar de bekende Simke Kloostermanpriis uit voor het beste Friese jeugdboek. In 2010 wordt die prijs voor de tiende keer uitgereikt. Een geweldig mooie en belangrijke stichting dus!
Nu is het aardige dat in de statuten van de stichting Simke Kloostermanleen is opgenomen dat de burgemeester van Achtkarspelen "zo mogelijk" lid is van het bestuur van de stichting. Sinds de oprichting van het leen zijn al mijn voorgangers voorzitter geweest. Ik hou een beetje van tradities en zeker Friese tradities, dus ik heb mij sinds mei 2007, toen ik aantrad als burgemeester van Achtkarspelen, zeer verheugd op deze mooie taak. Maar wat er ook gebeurde, tot mijn teleurstelling ontving ik van de stichting de afgelopen jaren taal noch teken. Daar kwam vandaag verandering in!
De voorzitter en een bestuurslid van het Simke Kloostermanleen kwamen langs. Zij vroegen mij als portefeuillehouder cultuur of de gemeente de Simke Kloostermanpriis ook zou willen steunen. Natuurlijk wil de gemeente dat, want wij vinden het doel van de prijs, aandacht besteden aan het Friese kinderboek, heel belangrijk.
Aan het eind van het gesprek heb ik toch maar de stoute schoenen aangetrokken en heel bescheiden gevraagd hoe dat nu zat met die Friese traditie, de statuten, mijn voorgangers en mijn eventuele betrokkenheid. Tja, zei de voorzitter, nu ik het zo vroeg, daar was in het bestuur van de stichting wel eens over gesproken, maar het besturen van de stichting was in deze fase toch wel een ingewikkelde zaak, men wilde de prijs meer standing en statuur geven en dat kan natuurlijk niet iedereen, dus hebben ze mij niet gevraagd.
Maar waarom hebt u mij hierover dan zo lang in het ongewisse gelaten, vroeg ik bedremmeld. Oh, dat doen wij hier gewoon zo, dat zijn onze mores, was het antwoord. Later, zo zei de voorzitter bemoedigend, wanneer alle moeilijke zaken geregeld zijn en er wellicht een bestuurder af gaat treden, zal het bestuur nog eens overwegen mij te vragen.
Ik zal dus nog even geduld moeten hebben voor ik ook op dit punt in de voetsporen van mijn illustere voorgangers kan treden.
