De landelijke media hebben denk ik nog nooit zoveel aandacht besteed aan de Van der Wielenlezing als dit jaar. Oorzaak: de gevraagde burgemeester van Amsterdam werd geheel onverwacht de beoogd lijsttrekker van de PvdA. En dit werd zijn eerste grote optreden nadat hij zich kandidaat stelde. Mooie bijkomstigheid: dat gebeurde in het rode Fryslân, in de stad waar de grote socialistische voorman Troelstra 150 jaar geleden werd geboren.
Bracht de lezing van Cohen ons nu nieuwe perspectieven? Sprak hij ons aan met een Obama-achtig elan? Inspireerde hij met een gloedvol betoog? Nee, een ieder die met zulke verwachtingen naar het zaaltje van het Historisch Centrum Leeuwarden was gekomen kwam bedrogen uit. Cohen betoogde in grote lijnen hetzelfde wat Wouter Bos deed in zijn recente Den Uyl Lezing (waarin hij De Derde Weg een legitieme plaats gaf in de ontwikkeling van de moderne sociaal democratie).
Zowel Bos als Cohen nemen zonder voorbehoud afscheid van het neo-liberale denken waarin alle heil van de markt werd verwacht en waar de staat werd gezien als een hinderlijke sta-in-de-weg. Beiden ook benoemen dezelfde factoren als het gaat om het ontstaan van de huidige financiële en economische crisis. En ze komen eigenlijk ook met dezelfde set van oplossingen: (1) herwaardering van de staat als hoeder van het algemeen belang, (2) we moeten toe naar een breder welvaartsbegrip dan de tot dusver gehanteerde ‘particuliere koopkrachtplaatjes’ (Cohen: “Levensgeluk wordt niet uitgedrukt in euro’s) en (3) opheffing van de (dreigende) tweedeling in de samenleving. Beiden voegen daar bovendien nog een morele component aan toe: de individuele mentaliteit van hebberigheid en directe behoeftenbevrediging moet plaatsmaken voor gematigdheid, dienstbaarheid en solidariteit.
Zit er dan geen enkel verschil tussen Cohen en Bos? Nou, vooruit, misschien in de wijze waarop de staat de werking van de markt in het publieke domein in toom moet houden. Cohen zoekt hier zijn heil vooral in een zelfbewuste overheid die aan de markt heldere kaders stelt en daarop scherp toeziet. Bos komt in een economisch gefundeerd betoog tot de conclusie dat “dit model in toenemende mate naïef is”. Hij gelooft niet (meer) in een waterdicht toezicht en hij vreest dat een woud aan bureaucratische regeltjes elk (vermeend) marktvoordeel weer teniet doet. Van “zorg tot corporaties” moeten we duidelijker kiezen tussen markt- of publieke aansturing.
De PvdA van Bos is eigenlijk dezelfde als die van Cohen. Toch overtuigt de tweede het op drift geraakte electoraat veel meer dan de eerste. Vandaag de dag verleidt niet een programma maar vooral een persoon de mensen. En dat kan Cohen op dit moment nou eenmaal veel beter dan de voormalige “Prins van Paars”. Om in de termen van de Van der Wielenlezing te spreken: Is er hier sprake van een soort retro-innovatie .....?!